Alleen met bewijs alsnog aftrek betaalde lijfrentepremie

Betaalde lijfrentepremies zijn aftrekbaar en de latere lijfrente-uitkeringen zijn belast. Dat is de hoofdregel, maar wat nu als u vergeten bent om de door u betaalde lijfrentepremie in de aangifte inkomstenbelasting af te trekken. Niet getreurd, er is dan bij uitkering nog de saldomethode, waarvan u gebruik kunt maken. Deze methode houdt in dat een deel van de toekomstige uitkeringen onbelast blijft. Van belang is wel dat u moet kunnen aantonen dat de lijfrentepremie is betaald én niet is afgetrokken. De lijn in de rechtspraak is hier vrij hard. Kunt u de premiebetaling niet bewijzen? Dan wordt uw verzoek om toepassing van de saldomethode afgewezen.

Tip
Bewaar oude aangiftes en betalingsbewijzen zorgvuldig, zodat u eenvoudig kunt aantonen dat u de lijfrentepremies wel heeft betaald, maar niet heeft afgetrokken.

Btw-verhoging op sport, cultuur en media gaat definitief niet door

De btw-verhoging van 9% naar 21% voor sport, cultuur en media gaat definitief niet door. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota van het kabinet-Schoof. Eind 2024 werd alsnog besloten om deze btw-verhoging per 1 januari 2026 voorlopig niet door te laten gaan. Ook de toepassing van de overgangsregeling waarbij het 21%-tarief ook al gold voor vooruitbetalingen en verkopen van vouchers voor prestaties in 2026 (en later), werd tijdelijk (tot 1 juli 2025) uitgesteld. Voorwaarde daarbij was dat er een alternatief zou worden gevonden voor de btw-derving van € 1,3 miljard. Het kabinet heeft die dekking gevonden in de verlaging van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting. Doordat de voorgenomen btw-verhoging nu definitief niet doorgaat, kunt u ook na 1 juli 2025 het 9%-tarief toepassen op vooruitbetalingen en verkopen van vouchers voor prestaties in 2026 (en later).

Tip
De btw-verhoging op logies en hotelovernachtingen per 1 januari 2026 gaat wel gewoon door!

Btw-verhoging op sport, cultuur en media gaat definitief niet door

De btw-verhoging van 9% naar 21% voor sport, cultuur en media gaat definitief niet door. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota van het kabinet-Schoof. Eind 2024 werd alsnog besloten om deze btw-verhoging per 1 januari 2026 voorlopig niet door te laten gaan. Ook de toepassing van de overgangsregeling waarbij het 21%-tarief ook al gold voor vooruitbetalingen en verkopen van vouchers voor prestaties in 2026 (en later), werd tijdelijk (tot 1 juli 2025) uitgesteld. Voorwaarde daarbij was dat er een alternatief zou worden gevonden voor de btw-derving van € 1,3 miljard. Het kabinet heeft die dekking gevonden in de verlaging van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting. Doordat de voorgenomen btw-verhoging nu definitief niet doorgaat, kunt u ook na 1 juli 2025 het 9%-tarief toepassen op vooruitbetalingen en verkopen van vouchers voor prestaties in 2026 (en later).

Tip
De btw-verhoging op logies en hotelovernachtingen per 1 januari 2026 gaat wel gewoon door!

Bereid u voor op het tegenbewijs box 3

Komende zomer komt het digitale formulier ‘Opgave werkelijk rendement’ beschikbaar. Hiermee kunt u per belastingjaar box-3-heffing terugvragen over de periode 2017 tot en met 2024 als uw werkelijke rendement in box 3 aantoonbaar lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement, waarop de Belastingdienst de box-3-heffing heeft gebaseerd. Vanaf de IB-aangifte 2025 wordt de mogelijkheid van het tegenbewijs opgenomen in het aangiftebiljet. De tegenbewijsregeling geldt tot de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 (voorlopig) per 2028. U moet mogelijk veel gegevens verzamelen om per belastingjaar te kunnen vaststellen of u voor teruggaaf in aanmerking komt. Denk aan gegevens over rente-, dividend- en/of huurinkomsten of de waardeontwikkelingen van uw effectenportefeuille, vastgoed of cryptovaluta.

Tip
Begin alvast per belastingjaar de gegevens te verzamelen die nodig zijn om uw box-3-inkomen en vermogen te bepalen, zodat u deze gegevens paraat heeft zodra het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ beschikbaar is.

 

Enkele fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota

De Voorjaarsnota is gepubliceerd. Hierna volgen de meest in het oog springende fiscale maatregelen die het kabinet-Schoof wil treffen. De btw-verhoging op cultuur, media en sport gaat definitief niet door. De derving voor de staatskas wordt onder meer gedekt door de tabelcorrectie in de inkomstenbelasting per 1 januari 2026 te beperken tot 46,2% in plaats 51%. Dit betekent dat de hogere inflatie slechts beperkt wordt gecompenseerd in de belastingschijven en heffingskortingen. Daarnaast wordt het forfait in box 3 voor ‘overige bezittingen’ verhoogd naar 7,78% en het heffingsvrije vermogen verlaagd naar € 51.396 per belastingplichtige in 2026 en 2027. Vanaf 2027 worden de stakingsaftrek en de meewerkaftrek versoberd met 75% en in 2030 afgeschaft.

Tip
De maatregelen uit de Voorjaarsnota zijn een aankondiging van de voorstellen die het kabinet op Prinsjesdag wil indienen bij de Tweede Kamer.

Enkele fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota

De Voorjaarsnota is gepubliceerd. Hierna volgen de meest in het oog springende fiscale maatregelen die het kabinet-Schoof wil treffen. De btw-verhoging op cultuur, media en sport gaat definitief niet door. De derving voor de staatskas wordt onder meer gedekt door de tabelcorrectie in de inkomstenbelasting per 1 januari 2026 te beperken tot 46,2% in plaats 51%. Dit betekent dat de hogere inflatie slechts beperkt wordt gecompenseerd in de belastingschijven en heffingskortingen. Daarnaast wordt het forfait in box 3 voor ‘overige bezittingen’ verhoogd naar 7,78% en het heffingsvrije vermogen verlaagd naar € 51.396 per belastingplichtige in 2026 en 2027. Vanaf 2027 worden de stakingsaftrek en de meewerkaftrek versoberd met 75% en in 2030 afgeschaft.

Tip
De maatregelen uit de Voorjaarsnota zijn een aankondiging van de voorstellen die het kabinet op Prinsjesdag wil indienen bij de Tweede Kamer.

Voorkom belastingrente vennootschapsbelasting

Moet uw bv over 2024 vennootschapsbelasting betalen? Zorg er dan voor dat u vóór 1 mei 2025 een verzoek indient om uitreiking van een voorlopige aanslag of een herziening van een al opgelegde aanslag. Zo voorkomt u dat uw bv achteraf veel belastingrente moet betalen. Sinds 1 januari 2025 is de belastingrente vastgesteld op 9%. Is het verzoek binnen vier maanden na afloop van het belastingjaar ingediend en komt de (aanvullende) voorlopige aanslag overeen met het bedrag waar u (of uw adviseur) om heeft verzocht? Dan hoeft uw bv geen belastingrente te betalen. Dient u geen verzoek in voor een (nadere) voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2024, dan wordt er in beginsel vanaf 1 juli 2025 belastingrente berekend over de te betalen aanslag.

Tip
Ook voor eerdere jaren kan het van belang zijn om te verzoeken om een (aanvullende) voorlopige aanslag.

Voorkom belastingrente vennootschapsbelasting

Moet uw bv over 2024 vennootschapsbelasting betalen? Zorg er dan voor dat u vóór 1 mei 2025 een verzoek indient om uitreiking van een voorlopige aanslag of een herziening van een al opgelegde aanslag. Zo voorkomt u dat uw bv achteraf veel belastingrente moet betalen. Sinds 1 januari 2025 is de belastingrente vastgesteld op 9%. Is het verzoek binnen vier maanden na afloop van het belastingjaar ingediend en komt de (aanvullende) voorlopige aanslag overeen met het bedrag waar u (of uw adviseur) om heeft verzocht? Dan hoeft uw bv geen belastingrente te betalen. Dient u geen verzoek in voor een (nadere) voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2024, dan wordt er in beginsel vanaf 1 juli 2025 belastingrente berekend over de te betalen aanslag.

Tip
Ook voor eerdere jaren kan het van belang zijn om te verzoeken om een (aanvullende) voorlopige aanslag.

Verblijfskosten eigen rijders 2025 vastgesteld

Bent u een transportondernemer (eigen rijder) die meerdaagse – of op meer dagen internationale – ritten maakt en geeft u de winst aan in de inkomstenbelasting? U kunt er dan onder voorwaarden voor kiezen om voor de verblijfskosten een vast bedrag per gereden dag in aftrek te brengen van uw winst. Dit bedrag is voor 2025 vastgesteld op € 50 per gereden dag (in 2024: € 48). U hoeft dan geen bewijsstukken van de verblijfskosten te bewaren. Kiest u ervoor om de werkelijke verblijfskosten af te trekken? Dan moet u wel bewijsstukken bewaren om te kunnen aantonen dat de werkelijke verblijfskosten hoger zijn dan het vaste bedrag per gereden dag.

 Tip

De vaste aftrek voor verblijfskosten biedt u een uitgelezen kans om uw administratieve lasten te verminderen.

Verblijfskosten eigen rijders 2025 vastgesteld

Bent u een transportondernemer (eigen rijder) die meerdaagse – of op meer dagen internationale – ritten maakt en geeft u de winst aan in de inkomstenbelasting? U kunt er dan onder voorwaarden voor kiezen om voor de verblijfskosten een vast bedrag per gereden dag in aftrek te brengen van uw winst. Dit bedrag is voor 2025 vastgesteld op € 50 per gereden dag (in 2024: € 48). U hoeft dan geen bewijsstukken van de verblijfskosten te bewaren. Kiest u ervoor om de werkelijke verblijfskosten af te trekken? Dan moet u wel bewijsstukken bewaren om te kunnen aantonen dat de werkelijke verblijfskosten hoger zijn dan het vaste bedrag per gereden dag.

 Tip

De vaste aftrek voor verblijfskosten biedt u een uitgelezen kans om uw administratieve lasten te verminderen.